Zorg en welzijn



Schoonmaak in de groothuishouding

De leerlingen worden opgeleid voor een certificaat Schoonmaak Groothuishouden, ook wel een IBI-verklaring genoemd.

Dit certificaat wordt behaald als de leerlingen in voldoende mate de volgende 4 vaardigheden beheersen:

  1. stofwissen
  2. moppen
  3. interieurreiniging
  4. sanitairreiniging

Hierbij hoort natuurlijk ook de nodige theorie over schoonmaakmethoden, schoonmaakmiddelen en schoonmaakhulpmiddelen, alsmede over arbo-technische zaken.

De leerlingen volgen dit traject door middel van 2 praktijkuren en 1 theorie-uur per week in klas 3. Voor deze uren hebben zij een reader en werkkleding nodig.

Werken in de Keuken:

De doelstelling: Leerlingen op te leiden voor werkzaamheden in de keuken/catering en ze op te leiden voor het certificaat "Werken in de Keuken".

Het zullen werkzaamheden zijn als keukenassistent.

Het vak werken in de keuken bestaat uit praktijk-instruktie. In de lessen zal de nadruk liggen om de leerlingen eenvoudige keukentechnische handelingen aan te leren. Hieronder verstaan we:

  1. de basis snij-technieken
  2. de basis kooktechnieken
  3. het wassen van groenten
  4. basis kennis van de hygiëne-code (HACCP)
  5. persoonlijke verzorging
  6. werkhouding en mentaliteit
  7. het leren doen van eenvoudige boodschappen

De producten die de leerlingen maken worden meestal niet door de leerlingen zelf op gegeten maar worden verwerkt in de catering.

Werken in de zorg

De leerlingen kunnen in het 4e of het 5ejaar op voor het certificaat Werken in de Keuken. Dit is in samenwerking met het KPC en het SVH. Het certificaat is erkend door de branches vereniging Koninklijke Horeca Nederland.

Catering:

De doelstelling: Het opleiden van leerlingen voor een functie in de catering branche.

Het zullen werkzaamheden zijn als catering hulp.(onder het assistenten niveau)

Bij het vak catering worden de leerlingen opgeleid voor het werken in de catering-branch. De leerlingen gaan in het schoolrestaurant hun ervaring op doen. De groep wordt, in de ochtend opgedeeld in drie subgroepen die elk hun taak hebben.

De indeling van de werkzaamheden zijn de volgende:

  1. Dekken en serveren: De leerlingen hebben voor de pauze een stukje wasverzorging na de pauze gaan ze het restaurant in orde maken voor de lunch en deze serveren ze tevens in de pauze.
  2. Bereiden: De leerlingen gaan voor de pauze de klassen rond om de gerechten te verkopen. Naar aanleiding van het aantal verkochten bonnen gaan ze de inkoop doen voor wat ze nodig hebben voor het te bereiden lunch-gerecht. Na de pauze gaan ze de gerechte bereiden en maken ze hun werkplek weer schoon.
  3. Cerviele dienst: De leerlingen verzorgen de koffie en thee voor de docenten en voor de gasten die er op dat moment zijn. Verder zorgen zij ervoor dat de afwas wordt gedaan en dat de uitgiften-keuken in orde is voor de lunch.

Eens in de drie weken komt de taak terug.

In het middag programma wordt de leerlingen aangeleerd hoe ze het restaurant weer in orde moeten maken voor de volgende dag. De leerlingen verzorgen verder de afwas van de lunch en verrichten enkele serviele taken die in de catering voor kunnen komen.

Werken in de zorg
De leerlingen worden opgeleid voor een certificaat Werken in de Zorg van het KPC. Dit is een erkend certificaat voor de zorgbranche.

Van de leerlingen wordt verwacht dat zij leren werken in een zorgomgeving (bijvoorbeeld een zorgcentrum voor bejaarden). Dit houdt in dat zij een aantal schoonmaakwerkzaamheden moeten beheersen, alsmede een aantal specifieke taken voor in de zorg leren:

Dit zijn:

  1. bedden verschonen
  2. rolstoelreiniging
  3. ramen zemen
  4. assisteren bij de recreatie
  5. assisteren bij de maaltijdverzorging

Om deze zaken aan te leren, krijgen de leerlingen 6 lessen zorg in de week, zowel praktijk als theorie. Ook lopen de leerlingen stage gedurende 2 dagen per week, zodat de laatste 2 vaardigheden op de werkplek geoefend en beoordeeld kunnen worden. Voor deze uren hebben de leerlingen een leerlingenboek, een leerboek en een stageboek nodig. Ook gebruiken ze hier dezelfde werkkleding als tijdens de schoonmaaklessen van klas 3.

Om voor deze richting in aanmerking te komen, moeten de leerlingen in het derde jaar het certificaat Schoonmaak in de Groothuishouding behaald hebben en uit de leerlingbespreking moet gebleken zijn dat deze richting haalbaar is voor de leerling, omdat stage een belangrijk aspect vormt.

Zorghulp
In klas 4 wordt gedurende het jaar bepaald welke leerlingen in aanmerking kunnen komen voor deze niveau 1 opleiding in klas 5.

De leerlingen worden opgeleid tot Zorghulp. Dit is een assisterende functie in de zorg. Dit kan in een zorgcentrum zijn, maar ook bijvoorbeeld in de thuiszorg of gehandicaptenzorg. Het gaat hierbij om schoonmaakwerkzaamheden en een aantal specifieke zorgtaken. De verantwoordelijkheden zijn groter dan bij de opleiding voor het certificaat van klas 4. De leerling moet een grotere kennis verkrijgen over zaken als voeding, het huishouden, procedures in de zorg en gezondheid.

Het spreekt voor zich dat de sociale vaardigheden hier een grote rol bij spelen. Bovendien moeten de leerlingen in staat zijn om zelfstandiger te werken en wordt een groter beroep gedaan op lees- en schrijfvaardigheid.

Als alles naar wens verloopt, behaalt de leerling aan het einde van het 5e jaar een niveau 1 diploma.

Voor deze lessen hebben de leerlingen een leerboek en een stagemap nodig. Hier wordt eveneens dezelfde werkkleding gebruikt als bij Schoonmaak Groothuishouding en Werken in de Zorg.